In de Volkskrant van zaterdag 18 juni 2011 betoogde Hans Schnitzler dat Geert Wilders woorden stelselmatig uitholt en daarmee een fundamentele bouwsteen van een gezonde democratie ondermijnt. Verheven principes zouden stuk lopen op zijn retoriek. Dit is onjuist. Onze democratie is juist gebaat bij meer sprekers van het kaliber Wilders.Holle retoriek of goed doordacht taalgebruik?
Het debat is de zuurstof van de democratie. Het is in ons aller belang dat politici in staat zijn om duidelijk en overtuigend hun standpunt over de bühne te brengen. Zij moeten complexe vraagstukken helder kunnen verwoorden en in staat zijn om op hoofdlijnen aan te geven waar hun visie in essentie verschilt van die van hun politiek opponenten en waarom. En dat is wat Wilders doet. Het is juist zijn altijd doordachte taalgebruik dat bijdraagt aan zijn politieke succes. Hij misbruikt de taal niet; hij gebruikt haar zeer effectief. Zijn slotrede tijdens het proces tegen hem is daar een goed voorbeeld van. De inhoudelijke boodschap kan verwerpelijk gevonden worden, maar ieder mens met enig taalgevoel en kennis van retorica kan niet anders dan erkennen dat deze rede, zeker voor Nederlandse begrippen, prachtig geconstrueerd was.
Het is waar dat hij zich presenteert als de hoeder van de vrijheid en dat daar grote kanttekeningen bij geplaatst kunnen worden. Maar daar zijn meer voorbeelden van te noemen: sociaal democraten claimen graag de beschermers van solidariteit te zijn en christenen de voorvechters van normen en waarden. Met alle gemak kan ook dat gezien worden als holle retoriek. Het is maar welke overtuiging je zelf hebt. Dagelijks spelen politici met woorden om hun gelijk te halen. De één spreekt over een ‘opbouwmissie’ terwijl de ander het heeft over een ‘vechtmissie’. Greenpeace slaagde er in om ‘genetische modificatie’ in de volksmond te veranderen in ‘genetische manipulatie’. Een retorisch hoogstandje met grote gevolgen. Obama’s campagne in 2008 centreerde zich rondom één woord; ‘change’, terwijl tot en met de laatste dag van de campagne deskundigen zich afvroegen wat hij nu precies inhoudelijk bedoelde.
Vorm en inhoud belangrijk in debat
Feit is dat de vorm waarin een politieke boodschap gebracht wordt minimaal zo belangrijk is als de boodschap zelf wanneer het gaat om overtuigingskracht. Is dat vervelend? Ja. Je zou willen dat alleen de inhoud zou overtuigen. Maar dat is niet zo. Ieder mens is gevoelig voor de vorm. De retorica, de kunst van het overtuigen, bestaat dan ook voor het grootste deel uit vormkwesties en niet uit logica. De vorm helpt ook om de inhoud begrijpelijk te maken en terug te brengen tot de essentie. Als de inhoud de meeste overtuigingskracht zou hebben, zouden politieke partijen in verkiezingsspotjes hun verkiezingsprogramma voorlezen en deze op posters afdrukken.
Wilders is zich volledig bewust van dit principe en handelt er naar. Dit in tegenstelling tot een groot deel van zijn politieke opponenten. Hoe vaak zien wij niet een politicus bij wie na een betoog of een minutenlang interview nog steeds onduidelijk is wat zijn standpunt is? Minimaal zo vaak komt het voor dat het überhaupt moeilijk te reproduceren is wat hij feitelijk gezegd heeft. Juist die politici zou het misbruiken van taal verweten moeten worden. Wie niet in een paar korte zinnen zijn boodschap kan verkondigen, weet zelf niet goed wat zijn boodschap is of durft hem niet te brengen. Of, zoals Frits Bolkestein ooit zei: ‘Wie de vorm beheerst is de inhoud meester’.
Retorische vaardigheden
Een veelgehoord excuus is dan dat een genuanceerde boodschap nu eenmaal niet te vangen zou zijn in ‘populistisch’ taalgebruik. Dat is echter niet waar: ook complexe boodschappen zijn op een heldere manier uit te leggen, zonder daarbij de inhoud geweld aan te doen. Alexander Pechtold is hier een goed voorbeeld van. Net als Wilders is hij regelmatig in staat om ingewikkelde vraagstukken in een paar zinnen helder te verwoorden en er principes aan te koppelen. Het is niet voor niets dat hij door de jaren heen de natuurlijke opponent van Wilders is geworden. Ze zijn aan elkaar gewaagd. Ook Mark Rutte heeft het afgelopen jaar regelmatig laten zien dat het mogelijk is om kort, bondig en overtuigend een punt te maken.
En juist daar schuilt een gevaar voor de gezonde democratie. Wanneer het verschil in retorische vaardigheden tussen politieke leiders te groot is, is dit schadelijk voor het politieke debat. Iedere politieke stroming verdient een leider die in staat is om de principes en standpunten van zijn partij in het vuur van het debat duidelijk te maken en de strijd aan te gaan met politieke opponenten. Zeker in deze tijd van korte media-optredens en een snel afgeleide burger is dit essentieel. Een belangrijke voorwaarde voor een goed debat is het ‘equal arms’-principe. Alle deelnemers moeten met dezelfde wapens de arena betreden. Alleen dan kunnen argumenten goed uitgewisseld en getoetst worden. Een politicus zonder retorische kennis en aanleg is als een voetballer met één been.
Op lange termijn ligt de oplossing van het gemankeerde politieke debat in het onderwijs. Generaties hebben in Nederland school verlaten zonder ooit echt kennis te hebben gemaakt met de kunst van het overtuigen. Laat staan dat men er mee geoefend heeft. Het resultaat hiervan zien wij dagelijks in de politiek, tijdens vergaderingen en op congressen. Nederlanders zijn matige sprekers. Het democratisch proces heeft hier last van. In het land der retorisch blinden is éénoog Wilders koning.
Roderik van Grieken
Directeur Nederlands Debat Instituut
- Lees hier het artikel op VK.nl
- Luister hier het radio interview op BNR n.a.v. het artikel
- Download hier de PDF van het krantenartikel
- Lees hier meer analyses


