De Kamervoorzitter kan kwaliteit debatten doen stijgen

Afdrukken

tweede_kamerVorige week werd Gerdi Verbeet herkozen als voorzitter van de Tweede Kamer. Hier volgen een aantal suggesties die kunnen helpen bij het sturen op kwaliteit tijdens Kamerdebatten.

 

  
Zowel Kamerleden als toehoorders zijn hierbij gebaat.

De essentie van een debat is dat standpunten worden uitgewisseld en kritisch worden getoetst waarbij duidelijk moet worden waar en waarom partijen het met elkaar oneens zijn. Voor een goed debat is het belangrijk dat iedere deelnemer aan het debat op de eerste plaats de gelegenheid krijgt om zijn standpunt duidelijk te maken. Dit gaat in de praktijk vaak fout doordat sprekers bijna geen kans krijgen om een betoog op te bouwen. Regelmatig komt het voor dat een spreker binnen een minuut al aan de slag moet met het reageren op interrupties. Hierdoor verliest hij de regie over zijn eigen betoog en wordt de invulling van zijn spreektijd voor een groot deel gestuurd door anderen. Dit is voor de spreker, maar ook voor de geïnteresseerde luisteraar, vervelend. De eerste wil graag zijn boodschap kwijt en de tweede wil deze graag horen. Het wordt dan ook de hoogste tijd dat de Kamer gaat werken met beschermde spreektijden. Dit houdt in dat gedurende bijvoorbeeld de eerste 5 minuten van een spreektijd van 20 minuten een spreker niet geïnterrumpeerd mag worden. Op deze manier kan iedere spreker aan het begin van zijn betoog zijn belangrijkste punten ongestoord en op zijn eigen wijze presenteren. Vervolgens blijft er voldoende tijd over voor het beantwoorden van vragen.

Zodra de interrupties losbarsten is het van belang dat de voorzitter regie voert over het proces en voor een deel ook over de inhoud. Er gelden in de Kamer geen duidelijke regels op dit gebied waardoor debatten regelmatig rommelig verlopen en voor de kijker niet goed te volgen zijn. Ook de inhoud lijdt meer dan eens onder een matig debatproces.

Een voorbeeld hier van is dat het Kamerleden vrijwel volledig vrij staat om zelf te bepalen op welk moment ze op welk onderwerp interrumperen. Hierdoor ontstaat regelmatig de situatie dat binnen een breed onderwerp door verschillende personen van het ene subonderwerp naar het andere wordt gegaan waardoor debatonderwerpen door elkaar heen gaan lopen. Terwijl het ene Kamerlid Wilders ondervraagt over waarom hij twee weken geleden niet met alleen de VVD wilde verder praten, fietst de ander er tussendoor met vragen over of de PVV op dit moment bereid is om alleen met Rutte verder te onderhandelen. Dit leidt tot verwarrende taferelen waarbij in dit geval Wilders makkelijker in staat is om individuele vragen onbeantwoord te laten dan wanneer er meer regie gevoerd zou worden.

De Voorzitter kan hier een sturende rol in spelen. Hij (in dit geval zij) kan op deelonderwerpen proactief optreden door bijvoorbeeld naar aanleiding van een eerste vraag van een Kamerlid aan de vergadering te vragen of er op dat punt nog meer vragen zijn. Ook kan zij wanneer een vraag wordt gesteld die een nieuw subonderwerp aansnijdt eerst aan de vergadering voorleggen of het vorige subonderwerp hiermee is afgerond. Pas als dat wordt bevestigd, wordt het volgende thema aangesneden. Tot slot kan zij bewaken dat tijdens het betoog van een spreker hij/zij alleen vragen hoeft te beantwoorden over datgene waar hij/zij op dat moment over spreekt. Aan het einde van het betoog kunnen dan vragen gesteld worden over onderwerpen die de spreker niet zelf heeft aangekaard. Al deze suggesties leiden tot meer duidelijkheid tijdens het debat. Dit komt de kwaliteit ten goede.

Tot slot is het vreemd dat er op dit moment verschillen gelden in de spreektijd die kleine fracties krijgen ten opzichte van grote fracties. Vaak geldt de regel dat de kleine fracties maar de helft van de spreektijd krijgen. Een belangrijke grondregel van een debat is het ‘equal arms’-principe: alle deelnemers aan het debat moeten gelijke kansen krijgen. Iedere partij heeft even veel recht van spreken. Het verschil tussen grote en kleine fracties uit zich in het aantal stemmen dat zij kunnen uitbrengen. Het praktische argument dat vergaderingen te lang zouden duren wanneer ook de kleine fracties even veel spreektijd zouden krijgen snijdt geen hout. In dat geval is het logischer om een kiesdrempel in te voeren waardoor het aantal fracties in de Kamer vermindert. Maar eenmaal toegelaten tot de vergaderzaal hoort iedere partij een gelijke kans te krijgen om zijn standpunten duidelijk te maken.

Het lijkt er op dat het nieuwe Parlement een roerige tijd tegemoet gaat. Juist op die momenten zijn duidelijke regels die de kwaliteit van het debat ten goede komen in het belang van de vergadering. Wij wensen de Kamerleden veel succes bij het vervullen van hun belangrijke taken en zullen debatten met veel interesse kritisch blijven volgen!

Door Roderik van Grieken.

FacebookGoogle BookmarksLinkedinTwitter