Sluiten

Ontvang gratis overtuigtips

Ongeldige invoer
Ongeldige invoer
Ongeldige invoer
Ongeldige invoer
Ongeldige invoer

Ik ontvang graag:

Ik wil:


Ongeldige invoer

Van Aartsen laat taak vergadervoorzitter zien

Vorige week liet de burgemeester van Den Haag, Jozias van Aartsen, de publieke tribune ontruimen tijdens een raadsvergadering. Het was het zoveelste voorbeeld van hoogoplopende emoties in het asielzoekersdebat. Aanleiding van de ophef was de opmerking van raadslid Hasan Kuuk van de Islam Democraten dat hij geschokt was door een aantal van de “racistische uitspraken van vele insprekers” tijdens de vergadering. Deze opmerking schoot Danielle de Winter van de PVV in het verkeerde keelgat. Via een Punt van Orde eiste zij dat Kucuk zijn opmerking zou terugnemen: “Schandalig dat burgers in deze zaal worden weggezet als racisten”. Wat nu te doen als vergadervoorzitter in deze situatie?

Van Aartsen koos de enige juiste weg. Rustig maar resoluut wees hij de PVV er op dat het raadsleden vrij staat om in een raadsvergadering te zeggen wat zij willen waarbij hij eerst impliciet en daarna expliciet verwees naar wat voorbeelden van opmerkingen van de PVV uit eerdere vergaderingen die ook stevig waren. Ook toen had hij bewust niet ingegrepen. En zo is het. Volksvertegenwoordigers moeten niet door een vergadervoorzitter gecensureerd worden op wat zij zeggen. Als het goed is, verwoorden zij immers de mening van hun achterban die in de raadzaal gehoord moet worden. Hoe kwetsend deze mening af en toe ook is. Het is aan andere partijen om namens hun achterban andere politici aan te spreken op hun taalgebruik en uiteindelijk aan de burger om tijdens verkiezingen door middel van een stem aan te geven of een partij nog steeds hun standpunt goed verwoordt.

vergader voorzitter

 Er is nog een reden waarom een voorzitter uiterst terughoudend moet zijn bij het aanspreken van raadsleden op hun taalgebruik en dat is dat er bijna altijd een subjectief element zit aan wat wel en niet kan. Over de beslissing van de voorzitter kan daardoor ook debat ontstaan en dat schaadt de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de voorzitter. Hij kan dan ook maar beter wegblijven van het oordelen over de woordkeuze van raadsleden. Dit concrete geval was een mooi voorbeeld geweest. Zette Kucuk de insprekers eigenlijk wel weg als racisten zoals de PVV claimde?  Hij was geschokt door racistische uitspraken wat nog niet hoeft te betekenen dat hij deze mensen ook daadwerkelijk racisten vindt. Een subtiel maar toch wezenlijk verschil. De enige aanleiding voor een voorzitter om in te grijpen is wanneer iemand zich niet houdt aan de afgesproken regels tijdens de vergadering. Bijvoorbeeld het overschrijden van afgesproken spreektermijnen of het hinderlijk interrumperen. Of wanneer iemand tijdens de vergadering oproept tot acties die wettelijk verboden zijn. Bijvoorbeeld een oproep om geweld te gebruiken of te stoppen met het betalen van belasting. 

Wat een voorzitter wel kan doen is deelnemers aan de vergadering wijzen op hun taalgebruik. Toen Geert Wilders en Mark Rutte een aantal jaar geleden over en weer "doe eens normaal man!" naar elkaar riepen tijdens een vergadering van de Tweede Kamer had de voorzitter de heren er op kunnen wijzen dat dit niet echt bijdraagt aan de statuur van het Parlement en ook niet functioneel is voor een goede vergadering. Oud SP-leider Jan Marijnissen riep ooit "effe dimmen" naar de Kamervoorzitter (Frans Weisglas). Deze wees hem er vervolgens terecht op dat het niet goed is voor het vergaderproces wanneer een Kamerlid de voorzitter van de vergadering op deze manier toespreekt. Hij verzocht Marijnissen de zin terug te nemen. Deze weigerde dit maar de Kamervoorzitter had wel een duidelijk punt gemaakt.

En dan de ontruiming van de raadszaal. Was het niet beter geweest als Van Aartsen het geroep op de publieke tribune oogluikend had toegestaan? Het tonen van emoties bij zo’n gevoelig onderwerp kan toch geen kwaad? Ook hier nam de burgemeester de juiste beslissing. De publieke tribune is geen onderdeel van de vergadering. Door te schreeuwen wordt de vergadering verstoord en voelen raadsleden zich wellicht minder vrij om te zeggen wat ze willen zeggen. Anders is het wanneer het over bijvoorbeeld een inspraakavond gaat zoals wij er de afgelopen maanden vele gezien hebben op tv. Daar is het woord aan de burger en kan het functioneel zijn dat de zaal laat horen wat zij van een standpunt vinden. Zo lang het maar niet de boodschap verstoort. 

Conclusie? De voornaamste taak van de vergadervoorzitter is er voor te zorgen dat het vergaderproces zo goed en efficiënt mogelijk verloopt. Als dat verstoord dreigt te raken moet hij ingrijpen.

Meer tips ontvangen? Schrijf u hier in:

Inschrijven voor tips