Sluiten

Ontvang gratis overtuigtips

Ongeldige invoer
Ongeldige invoer
Ongeldige invoer
Ongeldige invoer
Ongeldige invoer

Ik ontvang graag:

Ik wil:


Ongeldige invoer

Waar blijft toch de Nederlandse 'I have a dream'-speech?

Vandaag herdenken wij dat Martin Luther King precies vijftig jaar geleden in Washington de waarschijnlijk meest beroemde speech van de afgelopen honderd jaar hield. Een speech die tijdens het uitspreken miljoenen mensen raakte maar ook nu nog tot de verbeelding spreekt. Er zijn meer voorbeelden van sprekers die op het juiste moment de juiste woorden wisten te vinden om het gevoel van velen wisten te verwoorden. Wat echter opvalt is dat er bijna geen Nederlandse voorbeelden zijn. Waarom zijn wij zulke matige sprekers? En waarom is er toch hoop?
 

 

Onder de vlag 'I have a dream' wist King de hoop van velen in vier woorden te vatten. Net zoals Obama dit met 'Yes we can' wist te doen. Tony Blair ving de ochtend na de dood van prinses Diana de essentie van haar persoon in de term 'The peoples princess' . Winston Churchill sleepte aan het begin van de Tweede Wereldoorlog de Britten bijna hoogstpersoonlijk door de schijnbaar uitzichtloze situatie met bloedstollende quotes als 'I can only promise you blood, toil, tears and sweat' en 'Never was so much owed by so many to so few'. Maar ook Ronald Reagan, Bill Clinton en Margareth Thatcher waren meerdere malen in staat om de harten van hun landgenoten met woorden te winnen. Je zou denkend dat ieder land momenten heeft waarop een politicus de tijdgeest en het nationale gevoel in één zin weet te vatten en het volk weet te beroeren. Maar eerlijk gezegd kan ik de Nederlandse voorbeelden niet bedenken. Ik heb daar een verklaring voor.
 
Retorica
De belangrijkste oorzaak  is gelegen in een generaties lange verwaarlozing van aandacht voor retorica in het onderwijs. Tot voor kort was het zeer waarschijnlijk dat iemand die zijn onderwijscarrière aan een Nederlandse universiteit, hogeschool of MBO afrondde, los van zijn spreekbeurten op de basisschool nog nooit een zaal had toegesproken. Laat staan dat hij zich ooit verdiept had in de basiselementen van retorica; de kunst van het overtuigen. Het resultaat hier van zien wij allemaal dagelijks in onze rechtbanken, ons parlement, bij ceremoniële toespraken en tijdens congressen. Over het algemeen zijn wij abominabele sprekers en behoort spreken in het openbaar tot onze grootste angsten. De gemiddelde Nederlandse professional tast volledig in het duister wanneer hij zichzelf voorbereidt op een openbare spreekbeurt. Zielsgelukkig waren wij met de uitvinding van de powerpoint die ons de mogelijkheid heeft geboden om ons gebrek aan verbaal talent te verbergen achter tien slides per minuut waar vaak letterlijk onze spreektekst op staat. Opgefrist met pijlen, kleuren en plaatjes die uiteraard van alle kanten binnenvliegen. Hierdoor komen we in ieder geval deskundig over. Maar overtuigen doen we allerminst. 
 
Schadelijke gevolgen
Los van dat dit jammer is is het vaak ook pijnlijk en schadelijk. Pijnlijk wanneer wij de manager van de afdeling zien lijden onder zijn eigen speech op de nieuwjaarsbijeenkomst. Schadelijk wanneer wij tijdens een politiek debat kunnen zien dat de ene politieke overtuiging het verliest van de andere simpelweg omdat de ene spreker retorisch met kop en schouders boven zijn opponent uitsteekt. Ad Melkert en Hans Dijkstal kregen door Pim Fortuyn keer op keer alle hoeken van de kamer te zien. Geert Wilders blies Job Cohen omver. Het had niets met de kwaliteit van standpunten te maken maar met de retorische kwaliteit van de vertolker. En dat is echt schadelijk voor de democratie. Eigenlijk is een goed politiek debat pas mogelijk wanneer alle deelnemers even goede debaters zijn. Zo niet dan wint de vorm vrijwel altijd van de inhoud.
 
Hoop
Maar er is hoop. Op de eerste plaats omdat er binnen alle lagen van het onderwijs de afgelopen jaren steeds meer aandacht wordt besteed aan retorische vaardigheden. Er komt een generatie jonge professionals aan die veel meer getraind zijn in het houden van een presentatie of het voeren van een debat. Daar zullen we in de toekomst de positieve effecten van gaan zien. Maar ook de huidige professionals zijn zich er veel vaker bewust van hoe belangrijk het is om een inhoudelijk degelijke argumentatie ook goed te kunnen brengen. Tijdens de laatste Tweede Kamerverkiezingen zagen wij bijvoorbeeld voor het eerst lijsttrekkers die allemaal zorgvuldig waren voorbereid op hun belangrijke speeches en verkiezingsdebatten. Het kwam het debat ten goede. We zijn nog niet zo ver dat het zoals in de Verengde Staten normaal is dat je als politicus of manager toegeeft dat je je grondig op een debat of speech hebt voorbereid maar dat zal niet lang meer duren.
 
Ik ben er dan ook van overtuigd dat wij aan de vooravond staan van een periode van historische speeches van vaderlandse bodem.
 
I have a dream…….!
 

Roderik van Grieken

Dit artikel verscheen eerder in de Volkskrant.

Gerelateerde diensten