Sluiten

Ontvang gratis overtuigtips

Ongeldige invoer
Ongeldige invoer
Ongeldige invoer
Ongeldige invoer
Ongeldige invoer

Ik ontvang graag:

Ik wil:


Ongeldige invoer

Hoe reageer je op jij-bakgejammer?

We hekelen ze graag; mensen die anderen op fout gedrag wijzen, terwijl zij zich er tegelijkertijd zelf niet aan houden. Dus wat doen we in een debat als we onze tegenstander daarop betrappen? We gaan 'jij-bakken'. We zeggen dat iemand eerst maar eens naar zichzelf moet kijken en we plaatsen onze opponent buiten de discussie. Maar hoe redelijk is dat? En hoe reageer je als je zélf zo'n jij-bak voor de kiezen krijgt?

In de media zien we geregeld harde woorden voor een ieder die strengere morele wetten voor anderen lijkt te hanteren dan voor zichzelf. Zo werd Femke Halsema veroordeeld door De Telegraaf omdat zij een vervuilende Mercedes 200 bezat, terwijl zij streed voor minder CO²-uitstoot. En zo kreeg Doutzen Kroes het om de oren van NRCnext, omdat zij zich inzet voor ontwikkelingssamenwerking, maar rondloopt in jurkjes die gemaakt zijn door kinderen.

Wat je zegt ben je zelf

Je mag anderen dus blijkbaar alléén op fout gedrag wijzen, als je jezelf er ook aan houdt. In de retorica noemen we zo'n argument de 'jij-bak'. Of zoals de Romeinen zeiden: 'tu quoque', letterlijk: 'jij doet het ook'. Het is een soort volwassen 'wat je zegt ben je zelf' of 'moet jij nodig zeggen!' In de argumentatieleer wordt dit gezien als een onredelijke manier van argumenteren. Waarom? Het noemen van het inconsequente gedrag van je tegenstander veegt nog niet diens hele standpunt van tafel. Het is onrechtvaardig om iemand het recht tot deelname aan de discussie te ontnemen, alleen maar omdat hij/zij zelf niet het goede voorbeeld geeft. Diegene kan namelijk nog steeds sterke argumenten hebben, inhoudelijk gezien.

Hoewel onredelijk, is zo'n argument in de praktijk vaak uiterst effectief. Neem de golf van commentaar die voetballer Wayne Rooney over zich heen kreeg, toen hij het waagde om op Twitter het onsportieve gedrag van Real Madrid-speler Pepe te veroordelen, die expres op de hand van een tegenspeler was gaan staan. "Idioot", oordeelde Rooney. Waarop de vice-voorzitter van Real Madrid reageerde: "Ik moet lachen om Rooney. Er zijn veel heiligen, maar die zijn allemaal in de hemel. Als hij een heilige wil zijn, moet hij doen wat hij zelf predikt. Fouten begaan is menselijk." De publieke opinie keerde zich vervolgens tegen 'Looney Rooney'. Hij had geen spreekrecht, vond men, omdat hij zelf nou ook niet bepaald bekend staat om zijn sportieve gedrag. Een geliefd spreekwoord bij de Engelsen is niet voor niets 'practice what you preach'.

Terug naar de inhoud

Maar hoe pareer je zo'n jij-bak nu effectief? Ons advies is om ten eerste het debat terug te leiden naar de inhoud. ("We zijn hier bijeen om de voor- en tegenargumenten van een beleidsvoorstel af te wegen, niet om met modder te gooien"). Ten tweede kun je - als de beschuldiging echt grievend is en de fatsoensnorm zwaar wordt overschreden, de manier van omgaan ter discussie stellen. (" Ik betreur het dat u mij als gesprekspartner op deze manier de maat neemt.") Of maak zelfs een combinatie. Maar laat je in ieder geval nooit – maar dan ook nooit – verleiden om in de verdediging te gaan. Dit is iets wat intuïtief vaak gebeurt. ("Maar die Mercedes was van mijn man! Maar men had mij verteld dat het jurkje fairtrade was!") Je tegenstander ga je er toch niet mee overtuigen, richt je op je publiek. Laat de beschuldiging van je afglijden, haal adem en breng de discussie terug naar de inhoud.